Bezoekers online
# 1

Foto's & Video Pups

Fret Homepage

De Fret

fret het, de; o en m -ten albinobunzing

Fretten behoren tot de familie der Mustelidae en zijn verwant aan wezels, nertsen, otters, dassen, hermelijnen en marters. Wereldwijd zijn er drie soorten levende fret-achtigen in het wild: Europese of Aziatische bunzing, de Siberische bunzing en de zwartvoet fret. Alle drie leven zij voornamelijk solitair (alleen) en zijn zeer effectieve jagers.

Het is niet bekend waar de gedomsticeerde fret, voorheen ook wel Mustela putorius furo genoemd, precies vandaan komt. De letterlijke vertaling uit het Latijn is muis-etende (mustela), stinkende (putorius), dief (furo). Archeologisch bewijs voor domesticatie van de fret is erg lastig te vinden, aangezien zij een zeer klein skelet hebben dat snel afgebroken wordt of niet te onderscheiden is van in het wild levende fretten. Een grove schatting gaat ervan uit dat zij 2000 tot 3000 jaar geleden gedomesticeerd zijn.

De fret als huisdier is veranderd ten opzichte van zijn voorouders op het gebied van fysiologie, reproductie en gedrag.  Zo is hun gemiddelde worpgrootte van 8 een stuk groter in vergelijking met de bunzing (6).

Ook de vacht is veranderd van kleur. De albino fretten worden al eeuwen gefokt doordat zij goed opvallen tijdens de jacht. Andere veranderingen zijn een kleinere schedelinhoud, een wijdere orbita (holte waarin de oogbol zit) en de ruimte voor tanden is verkleind.

Gedomesticeerde fretten zijn een stuk 'gezelliger' dan hun wilde voorouders, hierdoor kunnen zij in groepjes blijven leven in tegenstelling tot hun solitaire levensstijl in het wild. Het meest opvallende verschil in gedrag is hun verlies van aangeboren angst voor mensen. Tevens zijn zij minder angstig voor onbekende voorwerpen in hun omgeving.

Anatomie

 Skelet

Skeletal anatomy of a ferret.

1, Calvaria; 2, hyoid apparatus; 3, larynx; 4, seven cervical vertebrae; 5, clavicle; 6, scapula; 7, 15 thoracic vertebrae; 8, five lumbar vertebrae; 9, three sacral vertebrae;10, 18 caudal vertebrae; 11, first rib; 12, manubrium; 13, sternum; 14, xiphoid process; 15,humerus; 16, radius; 17, ulna; 18, carpal bones; 19, accessory carpal bone; 20, metacarpal bones; 21, ilium; 22, ischium; 23, pubis; 24, femur; 25, patella; 26, fabella; 27, tibia; 28, fibula; 29, tarsal bones; 30, calcaneus; 31, metatarsal bones; 32, talus; 33, os penis.

 fret organen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ventral aspect of the viscera of a ferret in situ.

1, Larynx; 2, trachea; 3, right cranial lobe of lung; 4, left cranial lobe of lung; 5, right middle lobe of lung; 6, right caudal lobe of lung; 7, left caudal lobe of lung; 8, heart; 9, diaphragm; 10, quadrate lobe of liver; 11, right medial lobe of liver; 12, left medial lobe of liver; 13, left lateral lobe of liver; 14, right lateral lobe of liver; 15, stomach; 16, right kidney; 17, spleen; 18, pancreas; 19, duodenum; 20, transverse colon; 21, jejunoileum; 22, descending colon; 23, uterus; 24, ureter; 25, urinary bladder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen

Pouwers, LV et al. Basic anatomy, Physiology and Husbandry, 2011

An NQ, Evans HE. Anatomy of the ferret. In: Fox JG, ed. Biology and diseases of the ferret. Philadelphia: Lea & Febiger;1988:14

 
FB Logo